Hoe groot moet je buffer zijn?
Een noodbuffer is geld dat je achter de hand houdt voor als het tegenzit: je verliest je baan, je wordt ziek als zelfstandige, of de wasmachine, de cv-ketel of de auto gaat stuk. Een vaak gebruikte vuistregel is drie tot zes maanden aan vaste lasten en leefgeld.
- 3 maanden is een goed begin als je een vast contract hebt, huurt en weinig grote spullen hebt die stuk kunnen.
- 6 maanden past beter als je een eigen huis hebt, kinderen, een auto die je nodig hebt of een tijdelijk contract.
- 12 maanden kiezen veel zelfstandigen en mensen met een wisselend inkomen.
De reserve voor vervangingen is voor grote apparaten en reparaties die je niet elke maand betaalt. Heb je daar al een aparte spaarpot voor, laat het veld dan leeg.
Voorbeeld
Je vaste lasten zijn € 1.400 en je leefgeld € 600 per maand. Drie maanden is € 6.000, plus € 1.500 reserve: een buffer van € 7.500. Heb je al € 2.000 en leg je € 250 per maand opzij, dan is je buffer na 22 maanden compleet.
Meer uitleg over waar je de buffer bewaart en hoe je hem opbouwt, lees je in de gids een noodbuffer opbouwen.
Veelgestelde vragen
Hoeveel maanden buffer heb ik nodig?
Een vaak gebruikte vuistregel is drie tot zes maanden aan vaste lasten. Kies eerder zes maanden of meer als je zelfstandige bent, een wisselend inkomen hebt, een huis bezit of een auto die je nodig hebt voor je werk.
Waar zet ik mijn noodbuffer?
Op een spaarrekening waar je meteen bij kunt, los van je betaalrekening. Een deposito is minder geschikt, omdat je je geld daar meestal niet tussentijds of alleen met een boete kunt opnemen.