Rente op rente uitgelegd

De formule, de regel van 72 en voorbeelden.

Kort: bij rente op rente krijg je ook rente over de rente die je eerder kreeg. Hoe langer je spaart, hoe sneller je geld groeit. Zie het effect met de spaarcalculator.

Hoe werkt het?

Stel, je zet € 1.000 op een spaarrekening met 3% rente per jaar en je laat de rente staan.

JaarRente dat jaarSaldo
1€ 30,00€ 1.030,00
2€ 30,90€ 1.060,90
3€ 31,83€ 1.092,73
10€ 39,14€ 1.343,92
25€ 60,98€ 2.093,78

Het eerste jaar krijg je € 30. Het tweede jaar is dat al € 30,90, omdat je ook rente krijgt over de € 30 van het eerste jaar. Na 25 jaar is je geld meer dan verdubbeld, terwijl je zonder rente op rente (elk jaar € 30) maar op € 1.750 was uitgekomen.

De formule

eindbedrag = startbedrag × (1 + rente)aantal jaren

Met € 1.000, 3% en 10 jaar: € 1.000 × 1,0310 = € 1.343,92. Leg je ook elke maand iets in, dan wordt de formule ingewikkelder. De spaarcalculator rekent het maand per maand voor je uit.

De regel van 72

Een handige vuistregel: deel 72 door de rente, en je weet ongeveer na hoeveel jaar je geld verdubbeld is.

Dezelfde regel werkt ook voor inflatie: bij 2,4% inflatie halveert de koopkracht van je geld in ongeveer 30 jaar.

Hoe vaak wordt rente bijgeschreven?

Hoe vaker de bank rente bijschrijft, hoe eerder je rente over die rente krijgt. Bij 3% rente per jaar, maandelijks bijgeschreven, groeit € 1.000 in een jaar tot € 1.030,42 in plaats van € 1.030. Het verschil is klein; de hoogte van de rente en de tijd maken veel meer uit.

Tijd is je beste vriend

Wie vroeg begint, heeft het voordeel van rente op rente het langst. Spaar je 30 jaar lang € 100 per maand tegen 2%, dan leg je € 36.000 in en heb je aan het eind ongeveer € 49.000. Begin je tien jaar later en spaar je 20 jaar, dan leg je € 24.000 in en kom je op ongeveer € 29.400.

Laatst bijgewerkt: 2 oktober 2026.